Aanvraag IBR-vrij-statuut uitgesteld naar april 2030
België bindt al sinds 2007 de strijd aan tegen IBR. Het bestrijdingsprogramma is gestart als een vrijwillig programma maar werd in 2012 voor alle rundveehouders verplicht. In 2014 verkreeg België voor zijn IBR-bestrijdingsprogramma van de Europese Commissie de status van ‘officieel goedgekeurd programma’. Dat betekent dat ons land aanvullende garanties rond IBR kan vragen voor runderen die vanuit andere lidstaten of gebieden met een lagere status worden binnengebracht.
De uiteindelijke doelstelling van het bestrijdingsprogramma is om IBR helemaal uit te roeien. Van zodra ons land de ziektevrije status bereikt, moet het geen aanvullende garanties meer leveren om dieren binnen de EU te kunnen verhandelen naar andere lidstaten of regio’s met eveneens een ziektevrije status.
Verlenging van de vaccinatieperiode met twee jaar.
Oorspronkelijk was het de bedoeling om tegen eind 2027 dat IBR-vrije statuut aan te vragen. Maar die einddatum wordt nu verplaatst naar april 2030. Hiermee wil minister Clarinval de veehouders meer tijd geven om de laatste besmettingen op te sporen en aan te pakken.
Bovendien wordt de vaccinatieperiode met twee jaar verlengd, tot in november 2027. Dankzij deze verlenging zal België zijn saneringsinspanningen kunnen aanhouden, en tegelijkertijd gesprekken kunnen voeren met de Europese Commissie om de wetgeving aan te passen aan deze nieuwe deadline.
Tegen november 2029 moeten alle bedrijven vrij zijn van IBR. Als dat lukt, kan België in april 2030 officieel het vrij statuut aanvragen bij Europa.
De traceerbaarheid verbeteren.
Naast het uitstel van de datum voor het behalen van het vrij statuut heeft minister Clarinval beslist om de extra 3 jaar aan te grijpen om de nodige verbeteringen aan de traceerbaarheid van dieren door te voeren. Er wordt immers vaak vastgesteld dat op dat punt onvoldoende garanties kunnen geboden worden en dat dit aan de basis kan liggen van de verdere verspreiding van het virus.
Een eerste concrete aanpassing van de wetgeving werd reeds doorgevoerd en stelt dat alle runderen, inclusief kalveren, afkomstig van een conventioneel beslag met een statuut ‘besmet’ uitsluitend afgevoerd mogen worden naar een door het FAVV aangeduid slachthuis en dit onder verzegeld transport.
Bron: Persbericht David Clarinval