Ketose, melkziekte, metritis: meten is weten
Na het afkalven bestaat er een hoog risico dat koeien een ketose, melkziekte of een daaropvolgende metritis ontwikkelen. Daarom is het belangrijk om verse koeien goed in de gaten te houden via intensieve controle of met tests die subklinische aandoeningen in het koppel zichtbaar maken.
Maar wanneer en hoe moet er getest worden? Wat zijn de streefwaarden? Wanneer is het een probleem van individuele dieren en waar ligt de grens voordat er sprake is van een bedrijfsprobleem? Antwoorden op deze vragen gaf de Canadese wetenschapper prof. Stephen LeBlanc van de universiteit Guelph, tijdens de High Fertility Summit in Bad Hersfeld (Hessen, DE) in december 2024.
Ketose: koeien drie keer testen
Of een koe ketose heeft, kan worden getest via het meten van ketonlichamen. Stephen LeBlanc beveelt sneltesten aan die gebruikmaken van een bloeddruppel. Een zekere aanwezigheid van ketonlichamen in het bloed is onschadelijk, maar vanaf een kritisch niveau liggen negatieve gevolgen op de loer, denk aan melkproductiedaling en vruchtbaarheidsstoornissen. Vanaf een bèta-hydroxybutyraat (BHB)-waarde van 1,2 mmol per liter is er sprake van een subklinische ketose. Vanaf 3 mmol per liter spreken we van een acute ketose.
Op welk tijdstip?
Het is belangrijk om op minstens drie dagen te testen, in de periode van dag drie tot twaalf na het afkalven. De BHB-spiegel in het bloed van de koe kan schommelen en wordt beïnvloed door de voeropname. Bij constante voerbeschikbaarheid blijven die schommelingen echter beperkt, legt LeBlanc uit: “Het verschil tussen de schommelingen over de dag bedraagt ongeveer 0,1 tot 0,2 mmol per liter. Dat zijn geen grote veranderingen.” Hij raadt aan om een eigen routine te vinden voor de ketosetest en deze telkens op hetzelfde tijdstip uit te voeren, bijvoorbeeld ’s ochtends direct na het voeren.
Bloed uit de staartader
Voor de bloedtest is bloed uit de staartader geschikt. “Er zijn ook onderzoeken waarbij bloed uit het oor of de vulva wordt genomen”, legt LeBlanc uit. Dat kan ook. Alleen raadt hij bloedafname uit de uierader af. Op die plek zijn de waarden niet helemaal zuiver en bovendien is de kans op verwonding bij de afname groter.
Individueel of bedrijfsprobleem?
Om achter de ernst van het ketoseprobleem te komen, worden bij de volgende dertig vers afgekalfde koeien consequent de bloed-BHB-waarde getest, minstens drie keer tussen de derde en twaalfde dag in lactatie. Is in deze periode meer dan 15 procent van de koeien ketotisch (één keer bij de drie metingen een BHB-waarde 1,2 mmol per liter of hoger), dan is er sprake van een bedrijfsprobleem.
Preventie en behandeling
Tegen ketose bestaan geen specifieke preventiemaatregelen, afgezien van een passende body condition score (BCS) en een goed management van de droogstaande koeien – bijvoorbeeld geen overbezetting. Voor de behandeling helpt propyleenglycol. De koe heeft minstens 300 ml nodig om een voldoende werking te garanderen. Om zeker te zijn dat de koe deze hoeveelheid bij het drenchen ook daadwerkelijk opneemt, raadt de Canadese wetenschapper aan om 500 ml op te trekken, voor het geval er iets verloren gaat.
Melkziekte: focus op de vierde dag
Bij subklinische melkziekte toont de koe geen zichtbare symptomen – maar de ‘onzichtbaar’ lage calciumspiegel aan het begin van de lactatie kan verstrekkende gevolgen hebben. Subklinische melkziekte komt voor bij bijna 50 procent van de oudere koeien (vanaf de derde lactatie). Hoe stel je een probleem vast? Om een overzicht van het koppel te krijgen, kunnen na het afkalven de bloedcalciumwaarden geanalyseerd worden.
Meetmoment
Voor het meten van het calciumgehalte in het bloed is de vierde dag na het afkalven van belang – niet de eerste 24 uur, zoals altijd wordt aangenomen. Daling van het calciumgehalte in het bloed op de dag na het afkalven is normaal, zolang de waarde zich op de tweede dag herstelt. Is het calciumgehalte op dag vier nog steeds laag, dan bestaat er een hoger risico op schadelijke gevolgen zoals ketose, lebmaagverplaatsing en metritis. Streefwaarde is op de vierde dag een calciumgehalte van minimaal 2,15 mmol per liter.
Preventie
Een bolus kan de calciumspiegel snel verhogen en zo koeien acuut tegen het gaan liggen beschermen. “In het algemeen is er weinig bewijs voor de werkzaamheid van calciumpreparaten ter preventie van andere aandoeningen dan acute melkziekte”, weet LeBlanc. Hij beveelt selectief gebruik aan bij hoogproductieve meerkalfskoeien, vette koeien op het moment van afkalven (BCS 3,75 of hoger) en kreupele dieren. Om subklinische melkziekte te voorkomen, is de voeding van de droogstaande koeien het essentiële aandachtspunt.
Metritis: voeropname cruciaal
Koeien met een metritis hebben etterige, vaak stinkende uitvloeiing. Hoe herken je een koppelprobleem? Controleer tussen 15 en 42 dagen in lactatie eenmalig de uitvloeiing van de koeien. Als meer dan 15 procent van de koeien etterige uitvloeiing heeft, is dat reden voor zorg. Ligt de frequentie boven 5 procent van de koeien en leidt bovendien minder dan 40 procent van de eerste inseminaties tot een dracht, dan moet de oorzaak opgespoord en geëlimineerd worden.
Droogstand doorslaggevend
1 kg minder drogestofopname staat gelijk aan een bijna drie keer zo’n hoog risico op metritis. Een hoge voeropname verlaagt bovendien het risico op ketose.
Tips van de wetenschapper: dagelijkse voerbeschikbaarheid met 3 tot 5 procent restvoer, idealiter tweemaal daags – het verse voeren lokt koeien naar het voerhek en vermindert sorteergedrag. Geen overbezetting: vier koeien per vijf voerhekplekken, en de afkalfstal moet zijn ingericht op 140 procent van het gemiddelde maandelijkse aantal afkalvingen. Vermijd stress door hitte of groepswisselingen , garandeer de watervoorziening.
BCS controleren
Koeien die na het afkalven hun lichaamsconditie op peil houden of zelfs aankomen, hebben een goede vruchtbaarheid. Koeien moeten afkalven met een BCS van 3 tot 3,25.
Kort samengevat:
- Niet meer dan 15 procent van het koppel zou in de eerste twaalf lactatiedagen een ketose mogen krijgen.
- Voor het meten van de calciumwaarden in het bloed is de vierde dag na het afkalven doorslaggevend.
- Het risico op metritits stijgt bij slechte verzorging van de koeien in de droogstand, bijvoorbeeld door hittestress of een lage voeropname.